ONTSTAAN VAN NAMEN EN NAAMSAANNEMING
ALGEMEEN
Naar schatting komen in Nederland momenteel zo'n 200.000 familienamen voor.
Pas na 1811 (Napoleon) werd het wettelijke plicht een achternaam te voeren. Toen
bij keizerlijk dekreet van Napoleon van 18 augustus 1811 iedereen verplicht werd
een familienaam te kiezen, zijn er meerderen geweest die een vreemde keuze
hebben gedaan. Wellicht hebben ze gedacht, dat het toch van korte duur zou zijn,
maar dat is heel anders uitgekomen. Ook drukten velen hun liefde of afkeer voor
het vaderland uit bij de naamskeuze.
De vaderrol
Van alle mensen ter wereld heeft men slechts met zijn broers en zusters
(eventueel halfbroers en halfzusters) de vader gemeenschappelijk. Gaan we één of
meerdere generaties terug, dan wordt deze gemeenschappelijke groep groter en
groter. Bij ons in Nederland hebben de leden van zo'n groep meestal dezelfde
(familie-) naam. Meestal, want een bekend geval, waarbij drie Friese broers bij
de verplichte naamsaanneming in 1811, drie verschillende achternamen kozen,
leidt tot een uitzondering, evenals omgekeerd het geval is bij adoptie,
erkenning bij onnatuurlijk vaderschap en onwettige afstamming, waarbij de
moedersnaam wordt gevoerd. Juist in de laatste jaren van de 20e eeuw zien wij,
dat het mogelijk wordt een kind (wettelijk) de achternaam van de moeder te
geven.
De huidige familienamen zijn nog niet zo oud. Vernoeming van een familie of
geslacht was eeuwen geleden alleen weggelegd voor vorstelijke en adellijke
personen. De 'gewone' man had meestal geen eigen naam, het was ook niet nodig in
het dunbevolkte Nederland. Er waren diverse soorten 'achternamen' of 'toenamen'
in omloop.
Grofweg zijn de namen onder te verdelen in:
a. Vadersnamen
b. Beroepsnamen
c. Diernamen
d. Herkomstnamen
e. Kenmerknamen
VADERSNAMEN
Vaak werd iemand genoemd met de naam van de vader, bijvoorbeeld Piet Janszen.
Dit noemen we de zgn. vadersnamen.
Één zo'n vadersnaam kon vele varianten hebben.
Dat de zoon door de naam van de vader nader omschreven werd, is al een zeer oud
gebruik dat wij ondermeer uit de bijbel kennen, en wat onze streken betreft,
bijvoorbeeld in het oude Hildebrandslied vinden. Hildebrand wordt daar genoemd
als Hiltibrand Heribrantes sunu. Het was echter nog geen familienaam; dat werd
het pas, wanneer de afstammelingen zich ook Hiltibrands gingen noemen.
Patronymica, afgeleid van de voornaam van de stamvader, behoren tot de oudste
familienamen.
De afstamming werd in Engeland aangegeven door het achtervoegsel son: Thompson
is de zoon van Thomas. De zoon van een Gerald werd Fitz-Gerald doordat men het
voorzetsel fitz (van het franse fils?) aanwendde.
Bij de Ieren ging O’ vooraf: O’Connel. Bij de Schotten werd de zoon van Donald:
MacDonald, bij de Israëlieten gebruikte men Ben: Ben Goerion, bij de Arabieren
Ibn: Ibn Ismael.
En hier, bij ons in Nederland ?
Nederland
In de Middeleeuwen, toen Nederland nog bestond uit verschillende, vrij
onafhankelijke gewesten, ontstonden in bepaalde gebieden zeer specifieke namen
en toevoegingen.
uitgang -ing / -ink
Zo kwamen in Twente en de Achterhoek de toevoegsels -ing en -ink heel veel voor.
Het -ink wil zoveel zeggen als behorende tot. En wel behorende tot die en die
familie, boerderij, nederzetting, bezitting.
Jannink had een voorvader Jan, Dirkink een Dirk. In andere streken heetten die
Dirksen of Derksen.
De hoeve van Bern of Bren (Bernard) was een Brennink en de opzichter of meier
was de Brenninkmeier.
uitgang -a / -ma / -inga
We kennen allemaal de Noord-Nederlandse toevoegingen -a, -ma, -inga,
ook weer met de betekenis behorende of komende van/bij.
uitgang -ert / -er
De uitgang -ert is een verzwaring van -er.
Voorbeelden van dergelijke namen zijn Bruggert, Demmer, Beumer, Brinkert.
uitgang -sen / -s
De uitgang -zoon, -sen, -se werd tot een eenvoudige s, sz of n zoals in Peters,
Smits of Smitsz.
DIERNAMEN
Men kon vermeld staan met een diernaam: Koe, De Hond, enz.
KENMERKNAMEN
Men kon bekend zijn, en daardoor vermeld staan met een bepaald (lichamelijk of
geestelijk) kenmerk; Scheefnek, De Lange, De Jong, Breebaart, Kloeck.
BEROEPSNAMEN
Men kon vermeld staan met zijn beroep, de beroepsnamen.
Deze groep is tamelijk groot.
Hiertoe worden ook namen gerekend als De Ruyter, Krijgsman, Pelgrom, Taalman,
enz.
Niet alleen de voornaam, ook het beroep van de stamvader kreeg soms de genitief.
De molenaar of mulder werd de vader van Molenaars, Mulders, Smulders, Smolders.
De voorgehechte s verscheen eveneens bij Smeijers, Smeijsters, Smedicus.
Dekkers was de zoon van een rietdekker of leidekker. Ramakers of Rademakers
maakten geen Haagse hopjes, maar wielen of wagens, zoals Wagner in Duitsland.
HERKOMSTNAMEN
Een grote groep namen, naast die van de vadersnamen en beroepsnamen, is die van
de herkomstnamen; een aanduiding of toevoeging van de plaats van herkomst of
bewoning, voor Steenhof(f) de belangrijkste groep.
In de eerste plaats natuurlijk namen als Van Olster, Olster, Olst, enz.
Of men voerde de achternaam van de heer die gediend werd.
Veel familienamen zijn dus afkomstig van de plaats van herkomst van een
voorvader. Hij kreeg die naam, bijvoorbeeld, wanneer hij niet meer in die plaats
woonde, maar er (door verhuizing) vandaan kwam.
Opmerkelijk is, dat sommige namen veelvuldig voorkomen, andere zelden. Zo treft
men dikwijls de naam Van Tilburg, van Velsen, (van) Steenhoven, maar niet zo
vaak Van Beverwijk, van Zaandam, (van) Steenhof. Hoe dit komt, is niet zo
duidelijk. De emigratie uit sommige plaatsen of regio's zal groter geweest zijn
dan uit andere. Ook doordat nieuwe steden of dorpen zich vormden, nadat de
familienaam al vast lag.
geografische aanduiding
Ook werden mensen genoemd met bepaalde aardrijkskundige aanduiding van
bijvoorbeeld herkomst of bewoning: Van Wijngaarden, Bongerds, Hoeksema, enz.
In deze laatste, grote groep moet ook zeker een deel van het 'Steenhof(f)'
geplaatst worden.
Hoewel er vele herkomstnamen in de volksmond verkort of verbasterd zijn, is de
aardrijkskundige herkomst meestal nog wel te herkennen.
landen, plaatsen, gouwen, landstreken
Hungerus kwam uit Hongarije, Engelsman uit Engeland, van Gelder uit dat gewest
of uit Geldem.
Niet alleen plaatsen, maar ook gouwen of landstreken werden gebruikt als
familienaam.
(Bijvoorbeeld De Gooijer, Eijlart van Waterkant, Westfalen of Victor van
Friesland, enz.)
buurten, hofsteden, erven
Over de herkomst van namen die naar buurten of hofsteden zijn genoemd is veel
minder bekend; toch hebben vele familie’s daaraan hun naam ontleend
Uit een decreet van 1825 betreffende de naamsaanneming blijkt, dat nog in 1825
in sommige streken van ons land velen hun naam eenvoudig ontleenden aan de erven
waarop men woonde.
Dat was vooral het geval in Gelderland en meer in het bijzonder in de Gelderse
Achterhoek.
Dat aan de gewoonte familienamen te ontlenen aan erven door het Koninklijk
Besluit van 8 november. 1825 alleen officieel een eind is gemaakt, zal een ieder
ervaren die in de Achterhoek, buiten de dorpskernen iemand wil bezoeken. Met
alleen de naam van het erf waar men moet zijn, is een persoon zonder naam
moeiteloos te vinden. De gewoonte, personen niet te noemen bij de familienaam,
maar naar het erf dat zij bewonen is hier tot op de huidige dag springlevend.
Deze namen worden meestal gevormd door de voornaam achter de naam van het erf te
plaatsen.
Wij herkennen deze materie in de beschrijving van de families (Oude-) Steenhof(f)
uit Twente.
geaardheid
Naar geaardheid van een stuk land of van water kreeg men namen als Kreupelhout,
of Van der Horst. (Horst is een begroeide hoogte). Bij Losser ligt al sinds 933
Binkhorst.
zee, water, meer, loos, moer, veen
De namen afgeleid van zee of meer zijn ontelbaar, Van der Zee, Vermeer, Overmeer
enz.
De familienamen Van der Loos, Noordeloos, Leusink, Loosdrecht en Leusden of
Loosduinen.
(Een waterloop heet loos). In Twente is Leusink geografisch patronymicum.
Naar moer, moeras, veen, heten vele families, Van der Moer, Van Veen., Noed of
node, vanwaar de Utrechtse Neude (was een geul of waterloop).
Namen met rivieren of beken zijn ontelbaar.
Van den Oever is een zeer verbreide naam. Een van Opstal heette naar de
gemeenterivier of open plek aan water of misschien schuilplaats voor vee in de
weide. En zo zouden we kunnen doorgaan, allemaal geografische herkomstnamen.
loo, maat, weide, zand
De naam Van der Loo komt van 100 (loh), open plaats in een bos, ook moeras of
waterloop.
Het meest bekend is hier Loo bij Apeldoorn. En plaatsen eindigend op -lo (Venlo,
Tongerlo), of werden tot (meervoud) Loon (Loon op Zand).
Grasland van een bepaalde grootte was een maat of made. Families zijn Van der
Maat, Van der Made.
De familienaam Munte komt misschien van mande, meent of mient
(gemeenschappelijke weide).
De familie Mol kan naar het dier heten, maar ook naar fijn zand, aarde, zoals in
het Mullen te Enkhuizen en Moldeke (nu Mook).
|